Fusie HOI en NOM is een feit

Fusie HOI en NOM is een feit

NOM

Per 1 januari 2015 zijn HOI en NOM officieel gefuseerd meet en rapporteert NOM naast bereik nu ook de oplages van dagbladen en tijdschriften. Afgelopen zomer werd al bekend dat HOI waarschijnlijk zou stoppen en dat is nu dus definitief het geval. De naam HOI verdwijnt overigens niet helemaal. Het gaat als keurmerk fungeren voor de gecertificeerde oplage. Het doel van het samenbrengen van de activiteiten rond oplage en bereik van dagbladen en tijdschriften is duidelijk: het moet leiden tot meer synergie voor mediamerken en een beter inzicht in het gecombineerde bereik van printtitels en digitale publicaties.

Naast de fusie zullen er meer veranderingen worden doorgevoerd. Zo zal NOM bijvoorbeeld een verdere vereenvoudiging van de registratie van print oplagecijfers implementeren. Dit terwijl de omstandigheden juist alleen maar complexer worden – teruglopende printoplagen en steeds nieuwe vormen van digitaal uitgeven. Daarnaast wordt ook de publicatievorm aangepast. Zo komen de kwartaalrapporten te vervallen. Het kwartaalcijfer wordt vervangen door een Moving Annual Total (MAT). Dit MAT is een voortschrijdend gemiddelde van het oplagecijfer over het laatste jaar en wordt minimaal vier keer per jaar geactualiseerd.

Het samengaan van NOM en HOI is niet per definitie slecht. Het NOM is zeker capabel om de rol van onafhankelijk auditor van de oplagecijfers op zich te nemen. Echter, gezien de huidige situatie is een verdere vereenvoudiging van de registratie van oplagecijfers en het verder reduceren van de rapportagefrequentie van de oplagecijfers niet wenselijk. Gemiddeld lopen de oplages flink achteruit en wat doet een uitgever die zijn oplage ziet dalen? Juist! Die sealed zijn uitgave bijvoorbeeld met een ander goed lopend blad mee om zo de oplage op te krikken. Het controlemechanisme was in de oorspronkelijke situatie nog aanwezig, in de nieuwe vorm met MAT niet meer.

Naast het samengaan van HOI en NOM is er nog een belangrijke ontwikkeling dit jaar. Twee grote uitgevers, Sanoma en De Persgroep, hebben het afrekenen op CPM in print geïntroduceerd. Uitgangspunt is het 13+ bereik uit de NOM printmonitor. An sich vinden we afrekenen op CPM in print een goede zaak, alleen is de vertraging in de cijfers – het laatste rapport dateert van maart 2014 en omvat de periode september 2013 tot maart 2014 – in een krimpende markt geen goede afspiegeling van de daadwerkelijke performance.

Een voorbeeld ter illustratie: De tariefkaart kosten voor een 1/1 FC in Libelle bedragen dit jaar € 23.424. Libelle bereikt volgens NOM 2013-II – 2014-I gemiddeld 1.913.700 personen. De CPM is dan dus € 12,24. Een jaar daarvoor bereikte Libelle nog 2.066.800 personen. De tariefkaartkosten voor een 1/1 FC in 2014 bedroegen € 23.770. De CPM prijs was toen dus € 11,50. Oftewel, een forse prijsstijging terwijl het bereik afneemt.

Helaas is hier (nog) geen passende oplossing voor gevonden, maar het is wel iets om rekening mee te houden in de onderhandelingen, waarbij de oplage en het bereik van de meest recente meetperiode NOM 2013-II – 2014-I worden afgezet tegen de actuele oplagecijfers.

Posted on January 26, 2015 in Blog

Share the Story

Back to Top